Gesubsidieerd door

‘Oude en minder oude dromen'

In 1982 startte Gert Boullart een klassiek handpoppentheater Repelsteel waarmee hij jarenlang tournees maakte voor Davidsfonds Nationaal en het Belgische Rode Kruis.

Humor, spanning en interactie met het publiek vormden de vaste ingrediënten die het succes bepaalden. Er bleek genoeg werk om ook broer Bart in te schakelen als solopoppenspeler.

De broers werden beroeps en ontwikkelden zich naast het poppentheater tot populaire buiksprekers die meewerkten aan diverse radio- en TV-programma's. Gert Boullart schreef in de loop der jaren acht jeugdboeken voor de uitgeverijen Abimo en Deltas. Bij Abimo verscheen ook een handboek poppentheater dat wordt uitgegeven in een sterk geactualiseerde vierde druk onder de naam ‘Pop én spel”.

Bij poppentheater Repelsteel bleek de terugkerende gelijknamige protagonist zowel vormelijk als inhoudelijk een beperking te vormen voor het uitwerken van de scenario's.

In 1997 werd daarom besloten om de naam te veranderen in ‘Top' en het theater uit te breiden met andere speelvormen, media en meerdere free-lance spelers. Ook de succesvolle evocaties van dat moment ( Damiaan en Scrooge) vonden zo een gemeenschappelijke noemer.

De eerste (marionetten)productie Beauty het beest was gebaseerd op de klassieke ingrediënten humor en spanning en kon in die zin uiteraard meteen op succes bogen.

Het werd het laatste stuk waarin poppen in interactie gingen met het publiek.

Top wilde, zijn naam indachtig, de lat hoger leggen en ambieerde het maken van echte ‘kijk'producties. De verhalen kregen ook een sterkere dramaturgische onderbouw met een herkenbare premisse (boodschap). Beauty werd dan ook helemaal herwerkt naar het omgaan met angsten. Maar vooral stilistisch kwam er een grote ommezwaai. Voor het eerst speelden acteurs en poppen in een levensgroot iconisch (realistisch) decor.

De mengvorm akteur-pop sloeg aan en werd verder ontwikkeld in het middeleeuwse zwaardenepos Kleine Arthur, grote koning, een stuk dat door zijn thematiek en sterke dramaturgische opbouw het tot op heden langst lopende succes is en in 2003 de Free-Time kinderjuryprijs mocht ontvangen.

In De Grote Brave Wolf veranderde de scenografie van een iconisch naar een indicatief decor. Op het podium stonden alleen nog de meest noodzakelijke sfeerscheppende bouwstenen. Zo kon het scènebeeld sneller en vaker evolueren met kleine veranderingen. Ook de introductie van schimmenspel bleek goed te werken. Door die sterke visuele evolutie bleken ook de kleinste kinderen heel geboeide toeschouwers.

Intussen schreef Top een scenario over Vietnamese kinderen voor FOS (Fonds Ontwikkelingsamenwerking) en werd het Technopolisproject Reuske reuske gewonnen waarmee in 280 scholen werd opgetreden.

In het grappige spookjesverhaal Boe! werd voor het eerst videoprojectie geïntroduceerd. De eerste subsidie van de provincie Oost-Vlaanderen ging meteen naar een projector. Vanaf het begin werd er voor gekozen niet zomaar filmpjes te draaien maar de interactie met de video voorop te stellen (figuren en voorwerpen in en uit het scherm, een volledige kleuterklas die reageerde op live-acts). We speelden, wellicht voor het laatst, in een iconisch decor omdat de plaatsing van het videoscherm geen ruimte liet voor decorwissels. De ingewikkelde en lange opbouwtijd noopte Top ertoe, met enige pijn in het hart, te beslissen om het stuk na twee jaar stop te zetten.

Voor de jungleproductie Aoe Aoe! werd het videoscherm boven de hoofden geplaatst wat de mogelijkheid bood om heel intensief met de scenografie te gaan spelen. Het oerwoud veranderde via projecties en live elementen razendsnel tot een waterval, een vliegtuig en een heuse reus.

Aoe bleek vanaf de eerste voorstelling een schot in de roos.

Soldatenhart uit 2007 vormde ongetwijfeld artistiek en stilistisch een orgelpunt en was de eerste productie met een (licht) poëtische inslag. Naast de alweer snel wisselende indicatieve decorelementen werd het verbale tot het noodzakelijke beperkt ten voordele van de beeldende uitwerking. In die productie zat bovendien des te meer variatie omdat figuren afwisselend groot en klein worden uitgebeeld. Naast de muziek en het geluid werd de technische infrastructuur uitgebreid met subtiele lichtaccenten en een krachtiger videoprojector.

In 2008 werd bij Pinokki-oh! de lat nog een stukje hoger gelegd. Deze productie is alweer nog meer beeldend. Ze maakt daardoor de grootste bocht tegenover het entertainment van het eerste uur, zonder evenwel vervreemding te scheppen bij het publiek. Op de premièrevoorstelling bleken zowel tweejarigen als mensen van tachtig muisstil te hebben genoten.

Tot Top!

De medewerkers van theater Top (in volgorde doorheen de jaren):

Gert Boullart, Bart Boullart, Anneleen Boullart, Els Roemans, Kurt Delbar, Hugo Elebaut, Patrick De Bolle, Marieke Boullart, Alexander Schmitt, Jean Paul Boullart, Els Buytaert, Benjamien Schmitt, Luc Van Hauteghem, Maggy Hombecq, Barbara De Kegel, Tom Vout, Lokke Dieltiens, Ward Bal

 

Onze elektronische postbus kan u bereiken via info@theatertop.be
Voor meer informatie omtrent onze producties kan u terecht bij Gert op het nummer +32.475.24.28.67
Voor boekingen kan u terecht bij Bart op het nummer +32.475.76.82.67

Theater Top
Wallestraat 55, 9700 Oudenaarde (België) t.a.v. TheaterTop